Programmatoelichting Adventsconcert "Weihnachtsgeschichte"

Hugo Distler deed oude melodieën dansen van vreugde. Een klank volkomen verschillend van andere. Maar het was een muziek geschreven en gehoord op de verkeerde plaats en de verkeerde tijd!
Distler's leven situeert zich n.l. gedurende het 'Nationalsozialismus'. Als gevoelige en diepreligieuze jongen werd hij geconfronteerd met een totalitair regime van horror, anticlericaal en tegen elke vorm van wat het 'entartete Kunst' noemde, alles wat tegen de gangbare stijl - voor de muziek geënt op Wagner- inging!
Mensen zoals Einstein, Bruno Walter en Distler's grote voorbeeld Hindemith waren in die Nazi-tijd 'personae non gratae' in Duitsland en vestigden zich merendeel in Amerika. Distler's muziek werd eveneens als 'not done' beschouwd, wat hem totaal gedesillusioneerd en depressief maakte. Toen hij werd opgeroepen om te gaan dienen bij de Wehrmacht maakte hij er zelf een einde aan. Hij stierf te Berlijn op slechts 34-jarige leeftijd.
Hugo Distler werd geboren in Nürnberg (24 juni 1908), studeerde compositie bij Grabner en orgel te Leipzig. Reeds op 23-jarige leeftijd werd hij benoemd als cantor-organist te Lübeck; twee jaar later doceerde hij aan de Kirchenmusikschule te Berlijn, later ook te Stuttgart en vanaf 1940 aan de Musikhochschule te Berlijn, waar hij ook dirigent werd van het 'Staats- en 'Domchor'.
Als belangrijkste werken schreef hij naast 'Die Weihnachtsgeschichte´, Der Jahrkreis, Geistliche Chormusik, die Choralpassion, Neues Chorliederbuch, Mörike-Chorliederbuch, Totentanz en zijn orgelpartitae.
Distler ontwikkelde een eigen stijl die de plastische spraakbehandeling uit de vroegbarok (Heinrich Schütz) combineerde met de harmonische vernieuwingen van de 20e eeuw. Hij deed afstand van een eenvormige maatsoort als strak keurslijf voor de melodie en liet als het ware de woordritmiek zelf de tekening van zijn melodie bepalen. Op die manier breidde hij de polyfonie uit in de richting van het ritme. Deze polyritmiek bezorgt aan elke stem een waarlijk onafhankelijk denken, net zoals bij de oude poyfonisten. Wat de samenklank betreft, is vooral het consonant ervaren van de secunde- en kwartafstand belangrijk, daar waar de traditionele harmonie gebaseerd is op de tertsafstand. Dit alles geeft een uiterst gevoelig klankbeeld met een toch grote dramatische uitdrukkingskracht.

'Die Weihnachtsgeschichte' (1933) is een a capella kerstoratorium voor vier- tot achtstemmig gemengd koor dat sterk doet denken aan de 'Historia der Geburt Jesu Christi' uit 1664 van Heinrich Schütz (1585 - 1672) opgebouwd rond het kerstverhaal verteld door een verteller, de tenor Ivan Goossens, waarbij het koor de engelen, de herders, de wijzen en de hogepriesters vertolkt. Distler voegt er een soort rode draad aan toe met zeven knap uitgewerkte koraalvariaties op het oude ontroerende kerstlied 'Es ist ein Ros entsprungen'. Deze zorgen voor de poëtische, beschouwende rustmomenten tijdens het verhaal. Eén variatie wordt gecombineerd met de lofzang van Maria (deel uit het Magnificat). Alle soli (behalve de verteller) worden gezongen door leden van het koor (de engel, Maria, Elisabeth, Herodes en Simeon). Het geheel wordt sterk omkaderd door een stevig en contrastrijk begin- en slotkoor.
Het werk stelt hoge eisen aan de zangers en dirigent en is daarom weinig uitgevoerd.

In het 'voorprogramma' o.a. het 'Deutsches Magnificat' van Heinrich Schütz, componist uit de vroeg-barok en één der grote voorbeelden van Distler. Schütz schreef het werk te Dresden op het einde van zijn leven in 1671. Hij was er reeds van 1617 in dienst als Kapelmeester van het Saksische Hof. Gedurende die periode reisde hij regelmatig naar andere Europese centra waaronder Venetië, waar hij in contact kwam met de stijl van Gabrieli en Monteverdi. Zijn Deutsches Magnificat is dan ook een mooi voorbeeld van de bijdrage van Schütz tot de muziekgeschiedenis: hij slaagt erin om een mooie synthese te brengen van de oude Vlaams-Italiaanse polyfoniestijl met de Italiaanse concertante stijl, dit met aandacht voor een goed verstaanbare tekst in de Duitse taal. Dit maakt hem tot de belangrijkste componist van de Duitse Protestantse kerkmuziek in de 17e eeuw.

Lieven Deroo, dirigent